TL;DR:
- Werkwoordspelling is een van de meest voorkomende fouten, vooral bij d/t-regels en werkwoorden met ge-, be-, ver-, her-, ont-; pas de regel toe in elke zin.
- Het juiste gebruik van hen en hun wordt duidelijk via zinfunctie, niet op gevoel; “hen” is een lijdend voorwerp, “hun” is meewerkend voorwerp.
Taalfouten sluipen overal in. Je schrijft een e-mail, een scriptie of een zakelijk rapport, en achteraf zie je dat je “hun” had geschreven waar “hen” hoorde, of dat je zin zo lang was dat zelfs jijzelf de draad kwijtraakte. Een goede veelgemaakte taalfouten lijst helpt je precies te zien waar het misgaat, zodat je niet steeds dezelfde fouten herhaalt. Dit artikel geeft je een helder overzicht van de tien meest voorkomende categorieën, met concrete voorbeelden, correcties en praktische tips om je taalvaardigheid direct te verbeteren.
Inhoudsopgave
- Belangrijkste inzichten
- 1. Werkwoordspelling: de meest beruchte valkuil
- 2. Spelling van zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
- 3. Hen en hun: altijd raak bij verwijswoorden
- 4. Zinsbouwfouten: tangconstructies en ontspoorde zinnen
- 5. Leestekens: punt, komma en aanhalingstekens
- 6. Contaminaties: onbewuste mengvormen
- 7. Voorzetselcombinaties: de sluipmoordenaars van goede teksten
- 8. Vergelijkingen: fouten bij comparatieven
- 9. Ontkenningen en dubbele ontkenningen
- 10. Engelse leenwoorden in het Nederlands
- Concrete voorbeelden per categorie met correctie
- Vergelijkingstabel: fout versus correct
- Oefeningen en tips om taalfouten actief te verbeteren
- Mijn kijk op taalfouten: wat echt helpt
- Verbeter je taalvaardigheid met Bogaerstalen
- FAQ
Belangrijkste inzichten
| Punt | Details |
|---|---|
| Werkwoordspelling is foutgevoelig | Fouten met ‘d/t/dt’ komen het vaakst voor; leer de regel per zin toe te passen. |
| Hen en hun verwarren velen | Leer het onderscheid via zinfunctie, niet op gevoel. |
| Contaminaties vallen niet op | Ze worden onbewust gemaakt en vragen actieve controle. |
| Zinsbouw beïnvloedt leesbaarheid | Tangconstructies maken teksten moeilijk leesbaar; houd onderwerp en werkwoord bij elkaar. |
| Oefenen werkt beter dan lezen | Actieve oefeningen leiden sneller tot verbetering dan alleen theorie bestuderen. |
1. Werkwoordspelling: de meest beruchte valkuil
Werkwoordspelling staat bovenaan elke lijst van taalfouten in teksten. Het klassieke probleem? De d/t/dt-regel. Schrijf je “hij werkt” of “hij werkte”? “Ze verwacht” of “ze verwachtte”?
Werkwoordspellingfouten komen extra vaak voor bij werkwoorden die beginnen met ge-, be-, her-, ver- of ont-, zoals “hij verwachtte” (fout: “hij verwachte”) of “ik word” (fout: “ik wordt”). De truc is om per zin de juiste tijd en vorm vast te stellen in plaats van te vertrouwen op hoe iets klinkt.
Pro-tip: Gebruik de “hij-test”: vervang het onderwerp door “hij” en kijk of er een -t achter het werkwoord komt. Klinkt het vreemd? Dan schrijf je het verkeerd.
2. Spelling van zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
Schrijf je “een oud gebouw” of “een oude gebouw”? De buiging van bijvoeglijke naamwoorden levert veelvoorkomende spellingfouten op, zeker bij onzijdige woorden met het lidwoord “een”. De regel: na “een” krijgt een bijvoeglijk naamwoord bij een het-woord géén -e. “Een oud gebouw” is correct. “Een oude gebouw” is fout.
Bij zelfstandige naamwoorden struikelen mensen regelmatig over de meervoudsvorm. “Foto’s” of “fotos”? “Café’s” of “cafés”? Leenwoorden die eindigen op een klinker krijgen een apostrof in het meervoud.

3. Hen en hun: altijd raak bij verwijswoorden
Het onderscheid tussen hen en hun wordt in de spreektaal steeds vager, maar in geschreven tekst gelden nog altijd duidelijke regels. “Hen” gebruik je als lijdend voorwerp (“Ik zie hen”), “hun” als meewerkend voorwerp (“Ik geef hun een boek”). Staat er een voorzetsel voor, dan gebruik je altijd “hen” (“Ik spreek over hen”).
Het probleem is dat veel mensen dit op gevoel proberen in te vullen. Zinfunctie als leidraad werkt betrouwbaarder dan instinct, zeker omdat spreektaal dit onderscheid steeds meer laat vervagen.
Pro-tip: Vervang “hen/hun” door “hem” of “haar” (enkelvoud). Staat er “hem”? Dan schrijf je “hen”. Staat er “hem” met een meewerkend karakter? Dan is het “hun”.
4. Zinsbouwfouten: tangconstructies en ontspoorde zinnen
Een tangconstructie ontstaat wanneer het werkwoord en het onderwerp zo ver uit elkaar staan dat de lezer de draad kwijtraakt. Voorbeeld van een fout: “De medewerker die gisteren na een lange vergadering over de nieuwe procedures had gesproken rapport schreef.” Hier klopt de volgorde niet.
Tangconstructies en ontspoorde zinnen zijn veelvoorkomende zinsbouwfouten die teksten moeilijk leesbaar maken. De oplossing is vaak simpel: knip lange zinnen op en zet het werkwoord zo dicht mogelijk bij het onderwerp. Wil je leren hoe je teksten overzichtelijker maakt, dan geven de tips over een overtuigende tekst schrijven ook inzicht in zinsbouw.
5. Leestekens: punt, komma en aanhalingstekens
Kommafouten zijn misschien wel de meest onderschatte categorie in een taalfouten overzicht. Een komma voor een bijzin zet je wel of niet, afhankelijk van de zinsstructuur. “Hij zei dat hij zou komen” heeft geen komma nodig. “Hij zei, terwijl hij opstond, dat hij zou komen” heeft er twee.
Aanhalingstekens gebruiken mensen ook vaak verkeerd. In het Nederlands gebruik je „aanhalingstekens" (of “aanhalingstekens”), niet de Engelse variant “like this” wanneer je een precieze Nederlandse opmaak wilt hanteren. En een punt na aanhalingstekens? Die staat buiten de aanhalingstekens als de punt bij de rest van de zin hoort.
6. Contaminaties: onbewuste mengvormen
Contaminaties zijn onderschatte taalfouten die ontstaan door het samenvoegen van twee correcte uitdrukkingen tot één foutieve. “Uitprinten” is een klassiek voorbeeld: het is een mengvorm van “uitdraaien” en “printen”. Allebei correct op zichzelf. Samen onjuist.
Andere voorbeelden: “in de smaak vallen” plus “goed bevallen” wordt ten onrechte “in de smaak bevallen”. Of “rekening houden met” plus “in aanmerking nemen” levert “rekening mee in aanmerking nemen” op. Contaminaties vallen niet op omdat ze zo vanzelfsprekend klinken. Je hebt actieve controle nodig om ze te herkennen.
7. Voorzetselcombinaties: de sluipmoordenaars van goede teksten
“Gehecht aan” of “gehecht met”? “Reageren op” of “reageren aan”? Voorzetselcombinaties zijn voor veel schrijvers een bron van ergernis, en fouten daarin vallen op bij lezers die taal scherp waarnemen.
De UvA Taalwinkel noemt voorzetselcombinaties expliciet als een van de top tien aandachtsgebieden voor taalfouten. Er is geen slimme truc: je moet de combinaties gewoon kennen en opzoeken als je twijfelt. Houd een lijst bij van combinaties waarover je regelmatig struikelt.
8. Vergelijkingen: fouten bij comparatieven
“Hij is groter als ik” klinkt vertrouwd, maar is fout. De correcte zin is “Hij is groter dan ik.” Na een vergelijkende trap gebruik je altijd “dan”, nooit “als”. “Als” gebruik je bij gelijkheid: “Hij is even groot als ik.”
Een andere frequente fout: “de meest unieke oplossing.” Uniek is absoluut. Iets is uniek of het is het niet. Dus “uniekere” of “meest uniek” bestaat niet. Hetzelfde geldt voor “perfecter” of “completer.”
9. Ontkenningen en dubbele ontkenningen
“Ik heb niks geen zin” is een dubbele ontkenning en daarmee grammaticaal fout in het standaard Nederlands. Één ontkenning is genoeg: “Ik heb geen zin” of “Ik heb nergens zin in.”
Dubbele ontkenningen klinken in sommige dialecten heel gewoon, maar in schrijftaal vermijd je ze. Controleer ook of je “niet” en “geen” op de juiste manier gebruikt. “Ik heb geen auto” (bij een zelfstandig naamwoord). “Ik rijd niet” (bij een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord).
10. Engelse leenwoorden in het Nederlands
“Hij heeft de presentatie gedownloadet” of “gedownload”? De spelling van Engelse leenwoorden zoals “downloaden”, “deleten” en “updaten” kent eigen regels in het Nederlands. Werkwoorden worden volgens de Nederlandse vervoeging behandeld, maar de stam volgt de Engelse uitspraak.
“Hij download” is fout. “Hij downloadt” is correct. “Ik heb gedownload” is correct. Het klinkt onwennig, maar de regels voor klankwetten en dubbele medeklinkers gelden hier gewoon. Ben je actief op de werkvloer en schrijf je veel in het Nederlands? Dan loont het om deze categorie apart te oefenen.
Concrete voorbeelden per categorie met correctie
Hier staan de meest herkenbare fouten uit elk van de bovenstaande categorieën, met een foutieve en een verbeterde versie.
- Werkwoordspelling: Fout: “hij verwachte een reactie.” Correct: “hij verwachtte een reactie.” (verleden tijd, dus dubbele t)
- Bijvoeglijk naamwoord: Fout: “een nieuw auto.” Correct: “een nieuwe auto.” (de-woord, dus altijd -e na “een”)
- Hen/hun: Fout: “ik heb hun gisteren gezien.” Correct: “ik heb hen gisteren gezien.” (lijdend voorwerp, dus hen)
- Zinsbouw: Fout: “De student die na de les met zijn vrienden had gesproken zijn huiswerk maakte.” Correct: “De student die na de les met zijn vrienden had gesproken, maakte zijn huiswerk.”
- Komma: Fout: “Hij werkte hard en, slaagde voor zijn examen.” Correct: “Hij werkte hard en slaagde voor zijn examen.” (geen komma voor “en” bij nevenschikking zonder bijzin)
- Contaminatie: Fout: “Dat valt in de smaak.” als mengvorm. Correct: Kies bewust voor “dat bevalt goed” of “dat valt in de smaak”, niet als mengvorm.
- Voorzetsel: Fout: “ik reageer aan jouw opmerking.” Correct: “ik reageer op jouw opmerking.”
- Vergelijking: Fout: “ze is slimmer als haar broer.” Correct: “ze is slimmer dan haar broer.”
- Dubbele ontkenning: Fout: “ik snap er niks van niet.” Correct: “ik snap er niks van.”
- Leenwoord: Fout: “hij heeft de foto geüploadt.” Correct: “hij heeft de foto geüpload.”
Herkennen van taalfouten begint met weten wat er exact misgaat in de taalkundige structuur. Dat voorkomt gokwerk en maakt verbeteren effectiever.
Vergelijkingstabel: fout versus correct
| Foutieve vorm | Correcte vorm | Uitleg |
|---|---|---|
| hij verwachte | hij verwachtte | Verleden tijd vereist dubbele t bij stam eindigend op t |
| ik heb hun gezien | ik heb hen gezien | Lijdend voorwerp = hen |
| groter als | groter dan | Na comparatief altijd “dan” |
| uitprinten | uitdraaien of printen | Contaminatie van twee werkwoorden |
| reageren aan | reageren op | Vaste voorzetselcombinatie |
| niks geen zin | geen zin / nergens zin in | Dubbele ontkenning is fout |
| hij downloadt niet | hij downloadt niet | (dit klopt al) hij download niet = fout |
| een nieuw auto | een nieuwe auto | Bijvoeglijk naamwoord krijgt -e bij de-woord |
Oefeningen en tips om taalfouten actief te verbeteren
Theorie lezen helpt, maar actieve oefeningen leiden sneller tot duurzame verbetering. Hier zijn concrete manieren om direct aan de slag te gaan.
- Schrijf en herschrijf. Pak een tekst die je eerder hebt geschreven en ga er bewust doorheen met deze lijst als checklist. Je zult verrast zijn hoeveel je zelf vindt.
- Gebruik de Taalwinkel. De TAALwinkeloefeningen bieden concrete oefenvragen per categorie, van werkwoordspelling tot voornaamwoorden.
- Maak een persoonlijke foutenlijst. Noteer welke fouten jij het vaakst maakt. Dat geeft je een eigen veelgemaakte taalfouten lijst op maat, veel effectiever dan een generieke aanpak.
- Lees hardop. Hardop lezen onthult slordige zinsbouw en foutieve zinsmelodie sneller dan stil lezen.
- Vraag feedback. Laat een medestudent of collega je tekst lezen met de vraag specifiek op taalfouten te letten. Vier ogen zien meer dan twee.
- Oefenvormen variëren. Combineer invuloefeningen, herschrijfoefeningen en dicteeroefeningen. Elke werkvorm traint andere aspecten van taalbeheersing.
Wil je ook werken aan correct taalgebruik in zakelijke context, dan biedt het artikel over zakelijk schrijven aanvullende inzichten die goed aansluiten bij dit overzicht.
Mijn kijk op taalfouten: wat echt helpt
Wat ik na jaren van taalonderwijs en het begeleiden van cursisten heb geleerd: de meeste taalfouten komen niet voort uit onverschilligheid. Ze komen voort uit een mismatch tussen hoe iemand spreekt en hoe diezelfde persoon schrijft. Spreektaal en schrijftaal zijn twee verschillende systemen, en veel mensen beseffen dat niet.
Ik zie het keer op keer: iemand die vlekkeloos vertelt wat hij bedoelt, schrijft vervolgens een zin die grammaticaal helemaal ontspoort. Niet omdat die persoon de taal niet beheerst, maar omdat schrijven een aparte vaardigheid is die je apart moet oefenen.
Wat in mijn ervaring echt werkt, is bewuste aandacht voor een beperkt aantal foutcategorieën tegelijk. Niet alles in één keer willen verbeteren. Kies twee of drie categorieën uit deze lijst, werk daar een paar weken intensief aan, en ga dan verder. Routine bouw je op door herhaling, niet door brede ambities.
Wat ik ook heb geleerd: mensen die hun fouten hardop benoemen, verbeteren sneller. Schaam je niet voor je foutieve zin. Analyseer hem. Waarom was hij fout? Wat had je anders moeten schrijven? Die analyse is de motor van verbetering, niet de schaamte.
De stap van “ik weet de regel” naar “ik pas hem automatisch toe” vraagt tijd. Geef jezelf die tijd. En zoek begeleiding als je merkt dat je alleen blijft hangen.
— Bogaers
Verbeter je taalvaardigheid met Bogaerstalen
Heb je na het lezen van deze lijst het gevoel dat je wel wat extra begeleiding kunt gebruiken? Dat is precies waarvoor Bogaers Taleninstituut bestaat.

Bij Bogaerstalen kun je terecht voor gerichte Nederlandse taallessen die aansluiten bij jouw specifieke leerpunten, van werkwoordspelling tot zinsbouw. Of je nu liever klassikaal leert of online, in een groep of individueel: er is altijd een vorm die past. Bekijk het volledige aanbod via de lessen en cursussen pagina en vraag vrijblijvend een offerte aan. Jouw taalvaardigheid verbeteren begint met de juiste stap.
FAQ
Wat zijn de meest veelgemaakte taalfouten in het Nederlands?
De meest veelgemaakte taalfouten zijn werkwoordspellingfouten (d/t/dt), het verwisselen van “hen” en “hun”, het gebruik van dubbele ontkenningen en fouten met voorzetselcombinaties. Ook tangconstructies en contaminaties staan hoog op de lijst.
Hoe leer ik het verschil tussen hen en hun?
Kijk naar de zinfunctie: “hen” gebruik je als lijdend voorwerp, “hun” als meewerkend voorwerp. Staat er een voorzetsel voor het woord, dan gebruik je altijd “hen”. Leer het via zinfunctie, niet op gevoel.
Wat is een contaminatie in taalgebruik?
Een contaminatie is een mengvorm van twee correcte uitdrukkingen die samen een foutieve vorm opleveren. Een bekend voorbeeld is “uitprinten”, een samensmelting van “uitdraaien” en “printen”.
Hoe kan ik taalfouten in mijn teksten vermijden?
Maak een persoonlijke foutenchecklist, lees je tekst hardop na, en oefen actief met gerichte oefeningen per foutcategorie. Passief theorie lezen is minder effectief dan actief oefenen.
Wat is het verschil tussen “groter dan” en “groter als”?
Na een comparatief (vergelijkende trap) gebruik je altijd “dan”: “Hij is groter dan zijn broer.” “Als” gebruik je alleen bij gelijkheid: “Hij is even groot als zijn broer.” “Groter als” is fout.
Aanbeveling
- Talen Frans: Alles over de Franse Taal en Leren – Bogaers Taleninstituut Tilburg
- Engelse Woordenschat Uitbreiden: Effectieve Methoden – Bogaers Taleninstituut Tilburg
- Stapsgewijs een vreemde taal leren: gids voor volwassenen
- Tekst laten corrigeren: online tools of een professional? – Bogaers Taleninstituut Tilburg








