← Taalspellen / Frans / B1-kaartspel / Betrekkelijke voornaamwoorden

Bogaers Taleninstituut · Frans B1 · Zelfstandig oefenen op eigen tempo

Les pronoms relatifs
Vertel het nauwkeuriger in het Frans

Begin met de zes kernvormen: ce qui, ce dont, dont, laquelle, à laquelle en où. Als verdieping kun je ook ce que, lequel, lesquels, lesquelles, auquel, auxquels en auxquelles oefenen. Met herkenbare situaties uit werk, reizen en het dagelijks leven.

6 kernvormen + 7 extra91 verschillende oefenzinnenAutomatisch herhalen tot foutloosSolo spreken en herhalen
Begin met de uitleg ↓
Stap 1 · Begrijpen

Welke vorm kies je?

Let op twee vragen: staat er een zelfstandig naamwoord vóór? En hoort er bij het werkwoord een voorzetsel (de, à, avec …)?

Belangrijk B1-onderscheid Ce qui = ‘wat’ als onderwerp. Ce que = ‘wat’ als lijdend voorwerp. Ce dont = ‘wat’ met de. Dont = ‘waarvan / waarover’ met een eerder genoemd woord. Lequel / laquelle / lesquels / lesquelles volgen bijvoorbeeld op avec, sur, dans. Bij het voorzetsel à gebruik je auquel / à laquelle / auxquels / auxquelles.
Hulpschema: geslacht, getal en het voorzetsel à
AntecedentNa avec, sur, dans …Na à
Mannelijk enkelvoudlequelauquel
Vrouwelijk enkelvoudlaquelleà laquelle
Mannelijk/gemengd meervoudlesquelsauxquels
Vrouwelijk meervoudlesquellesauxquelles

Voorbeeld: Le projet auquel je participe tegenover Les réunions auxquelles je participe. Bij personen is soms ook een constructie met qui mogelijk; die behandelen we later apart.

Extra B1 · De of à?

Wat is het verschil tussen dont, en en à quoi?

En en y vervangen een woordgroep. Dont, ce dont en auquel verbinden zinsdelen. À quoi gebruik je bij een vraag of in ce à quoi.

Wat wil je zeggen?FransUitleg
Ik praat eroverJe parle de ce livre. → J'en parle.en vervangt de ce livre.
Het boek waaroverLe livre dont je parle.dont hoort bij een genoemd zelfstandig naamwoord en parler de.
Wat ik nodig hebCe dont j'ai besoin, c'est du temps.ce dont heeft geen genoemd antecedent en hoort bij avoir besoin de.
Waaraan denk je?À quoi penses-tu ?Een vraag met penser à.
Waar ik aan denkCe à quoi je pense…ce à quoi gebruikt à zonder genoemd antecedent.
Ik denk eraanJe pense à ce projet. → J'y pense.y vervangt à ce projet.
Het project waaraanLe projet auquel je pense.auquel verwijst naar le projet en hoort bij penser à.
Ezelsbrug Vraag eerst: vraagt het werkwoord de of à? Vervang je daarna een woordgroep (en / y), verbind je twee zinsdelen (dont / auquel) of stel je een vraag (à quoi)? Let op: bij een vraag met de gebruik je de quoi, bijvoorbeeld De quoi parles-tu ?

Na een genoemd vrouwelijk zelfstandig naamwoord zeg je bijvoorbeeld la réunion à laquelle je participe, niet à quoi. Zonder genoemd antecedent kan het wel: ce à quoi je pense. En en is ook een voorzetsel in en France; hier oefenen we en als voornaamwoord.

Deze aanvullende solo-oefening telt niet mee voor de bestaande 13-vormentoets. Je typt zelf je antwoord, krijgt uitleg bij fouten en herhaalt totdat de laatste zes vragen foutloos en zonder hulp zijn gemaakt.

Flashcards · Extra oefenen

Denk eerst zelf na, draai dan de kaart om

Vul de ontbrekende vorm in je hoofd aan. Klik op Toon antwoord, bekijk de uitleg en kies Ken ik of Later herhalen. Lastige kaarten komen automatisch terug.

Voorkant

Bedenk de vorm en spreek de zin hardop uit.

Stap 2 · Actief oefenen

Welke vorm ontbreekt?

Typ zelf de ontbrekende vorm. Je krijgt direct feedback met de juiste uitleg. Foute antwoorden en antwoorden mét hint komen automatisch terug in nieuwe zinnen. Je oefent door totdat je een eindtoets met alle gekozen vormen foutloos maakt. Begin met zes B1-kernvormen en kies desgewenst verdieping.

Stap 3 · Spreken en argumenteren

Van grammatica naar conversatie

Deze les werkt ook helemaal solo. Beantwoord elke gespreksvraag hardop in het Frans, geef een argument en een voorbeeld en controleer daarna zelf je antwoord. Wat nog niet lukt, komt later automatisch terug. Wil je liever samen spreken, kies dan ‘Samen oefenen’.

ce qui

Typ gerust meerdere zinnen. De controle herkent betrekkelijke vormen en geeft schrijftips; volledige grammaticale correctie is niet beschikbaar.

Docenttip — taalproductie op B1Laat de ene cursist de vorm correct gebruiken; de ander stelt een open vervolgvraag met pourquoi of comment. Laat antwoorden niet alleen grammaticaal kloppen, maar ook inhoudelijk onderbouwd zijn.
Stap 4 · Zelfstandig herhalen

Maak zelf zes zinnen (of dertien bij verdieping)

Gebruik de zes kernvormen of kies hierboven voor de dertien vormen met verdieping. Schrijf je zinnen op de ruime schrijflijnen en licht twee zinnen mondeling toe met een argument en een voorbeeld.

Terug naar het B1-kaartspel

Je antwoorden en resultaten worden niet naar Bogaers verstuurd. Deze les vraagt geen account of e-mailadres. Je kunt je foutenanalyse aan het einde vrijwillig kopiëren of bewaren.

Meer oefenen met conversatie? Gebruik het Franse humoristische B1-kaartspel om ook vrijer te leren spreken, argumenteren en reageren.